Nieuwste trend: overleving etentjes.
Breng mee: een tube tomatenpuree,
een blikje sardines, een bol knoflook,
snelkook rijst, een prei, van die dingen.
Jan, gooi jij de benzine in de generator?
Dat eerst opmaken, dan pas vuurtje
stoken.
Zout, peper, sambal.
Ze hadden Anton ook maar uitgenodigd,
want die had wel geen eten in huis,
maar wel sigaretten en rum.
Kan ik altijd ruilen vond hij.
Geen olie? Anton: eerst de sardines
met de
olie in de pan, dan de prei ...
iemand een slokje?
Later: er is geen benzine meer te
krijgen,
Piet en Johnny gaan jullie
eens op pad
met een slang om het
uit auto's te halen,
en Hans, Demi
en Sonja, jullie gaan alvast
hout
sprokkelen.
De waterleiding afgesloten,
bij Dingemans hebben ze een put.
Maar die laten niemand toe,
Johnny en Piet, zoek eens wat lui
uit een andere groep en ga er op af,
en controleer de waterverdeling.
De gemeente waterwagens zullen
al snel ook niet meer komen.
Anton: ik kon een fles rum ruilen
voor een paar joints, maar dat heb
ik maar niet gedaan, wat ik er wel
voor gekregen heb is olie, zout,
linzen en kikkererwten in blik.
Mijn sigaretten raken op.
Hans: ik heb nog shag, maar dan
wordt het rantsoen één peuk per dag.
Demi had haar vegetarisme maar
opgegeven,
en toen Johnny over
kat Felix begon,
is ze vertrokken met
Felix naar een groep
twee buurten verderop. Maar die groep had
zich niet
aangesloten bij de anti-Dingemans
coalitie
en Dingemans was omgegaan
en was nu de 'baas'
van van de put. Demi zat nu in een huis met een boel
huisdieren en alleen water uit de regenton.
Hans: nou begrijp ik waarom
Romeinse soldaten
het moeilijk
kregen als er geen brood meer was.
Dat miste hij het meest, brood.
Er was nog wel
een beetje pindakaas,
maar voor een theelepeltje
in de
dagelijkse pot, en er had iemand nog
wat kaneel.
Anton: we gaan wiet zaaien en
iets waarvan we
alcohol van
kunnen maken, iemand?
Sonja: suikerbieten, aardappelen,
fruit?
Sonja was ook aan een pak meel
gekomen.
Hans: brood bakken.
Sonja: ik dacht aan pannenkoeken,
kan er iemand
aan eieren komen?
Piet: bij Dingemans heb ik kippen zien lopen.
Hij houdt ze goed in de gaten zo dat
ze niet
geslacht worden. Dingemans wil een heupflesje
rum
voor 10 eieren.
Anton: en als we eens vogelnesten
gingen zoeken,
eendeneieren, ganzen,
nou is de tijd daarvoor.
Kan iemand strikken zetten vroeg Johnny,
voor konijnen, weet je wel, ik slacht ze wel.
Anton: geen internet meer dus dacht ik:
een buigzame tak met beide uiteinden
in de grond
steken over een hazepad
met een paar lussen
van ijzerdraad die kunnen aantrekken.
Dan moet je wel uitkijken voor groepen die
zich bewapend hebben en jagers.
Dat is zo Piet, kun jij contact opnemen
met van die lui zodat ze niet op ons gaan schieten,
of beter tot een overeenkomst komen, zodat
wij ook beter beveiligd zijn.
Wat hebben wij hen te bieden?
Johnny: nou als ik mijn benzineslurpers
nog
wat zou kunnen uitbreiden. Zij
hebben een tekort
aan benzine, niet waar Piet.
Zeg Hans over geen internet, kun je nog dingen in
boeken opzoeken in de bibliotheek?
Nou, nauwelijks, het is een opvangcentrum
voor
intellectuelen, maar er is daar alleen
een kommetje
rijst en iets wat wat voor soep
moet doorgaan.
Er staan nog wel boeken,
maar dan moet je je een weg
zoeken tussen
lui in slaapzakken.
Dankzij Antons rum als ruilmiddel was hun
eten nog te doen.
Hoe kwam je daar aan Anton?
Na berichten over zaklampen,
radio's,
witte bonen in tomatensaus dacht ik,
nou dan hebben
andere mensen dat en
toen heb ik al mijn geld gestoken in
sigaretten
en alcohol. Die raken nu een beetje op en ik
wil
nog niet aan de jenever beginnen, dat
wordt het beste ruilmiddel.
Medicijnen? vergeet het maar. Had ik ook
maar pijnstillers
ingeslagen, dacht Anton.
Voor noodgevallen had hij nog wat
sigaren
en cognac eventueel te ruilen met een apotheker.
Verzin eens wat achternamen.
Anton was een Tsjech
maar zijn achternaam
was Sulakvelidze, naar zijn
Georgische moeder.
Johnny en Piet Klok waren broers en zonen van
de melkboer
en hadden wat pandjes in de buurt.
Hans van Lichtenvoorde en Dewi Hoenders waren
een koppel
maar nu was Dewi ervan door. Met Felix de kat.
En wie vertelt het verhaal eigenlijk?
Laten we zeggen Jan van Heumen,
die was getrouwd met Mirna.
Mirna: zeg moet ik ook in dit verhaal?
Jan: blijkbaar.
Je moest geen ruzie krijgen met
Piet Klok,
hij pakte je op en
zette je buiten, opgejut
door
zijn vrouw Bets en dochter Els.
En als het nodig was greep
Johnny Klok in,
die had al eens
een vechthond uitgeschakeld.
Piet was de kleerkast en
Johnny de pezige terrier.
En Johnny's vriendin Edith Carson was
van
hogere afkomst met bijbehorend accent.
Jan hield het een beetje in de gaten maar
zag
wel dat Johnny een beetje kriegelig werd
als Hans met Edith over intuele dingen praatte.
Hans, heb jij gezien hoe ze in de bieb
aan eten komen?
Ja, de sociale dienst en liefdadigheid hebben
complete
voorraden van toko's opgekocht.
Ze hebben strikte
rantsoenering zoals wij ook doen.
Een kommetje rijst,
het kookwater wordt
de soep met een beetje sambal
en ketjap.
Maken ze warm op gasflessen.
Met af en toe
een gedroogde garnaal
en een bamboescheut er in,
dat
hebben wij dan weer niet.
Trouwens we zijn bijna door vis
blikjes heen.
Gelukkig heeft Edith
heel veel witte bonen
in tomatensaus
ingeslagen, kunnen we nog
even
mee vooruit. Nog zoiets wat iedereen
ingekocht
had, maar al snel opraakte.
Schijtpapier, met de waterleiding
afgesloten,
dat werd buiten kakken
en met gras afvegen.
Noem dit verhaal niet dystopisch,
eerder zie ik
het als Gerard Cox en
Joke Bruijs in Toen was geluk.
En in de kantine van de RTM.
Nou nog een journalist er bij.
Oorlogsdreiging in Nederland.
WO I ontsnapten we, WO II niet,
dan de Berlijn-Cuba-atoomcrisis,
de kruisraketten en neutronenbom.
Toen het dichtbij was
zagen we het niet,
nu het verder af is
weten we het niet
maar niets doen is geen optie.
En wat doen we van de winter?
Piet: nou, één plaats warm houden,
ik denk hier aan de garage van Jan.
Kan de bus er uit Jan?
Jan was buschauffeur.
Is goed.
Haal matrassen om
op te slapen.
Isoleren, warme
kleding, denk vooruit.
Er was een varken geslacht en er zou
om de verdeling gevoetbald worden.
Ze hadden de lever, een halve kop
en
een voorpoot gewonnen.
Hans had
het hardste schot van allemaal
en
Anton Sulakvelidze verloochende
zijn
afkomst niet en pingelde iedereen
voorbij.
Mirna stond op doel.
OK, nu gaan we dat kinnebakken
vet smelten,
smout, hebben we
weer wat vet want de olie raakt op.
Van die lever gaan we paté maken
met de
paddenstoelen en bramen
die Bets en Els plukten.
Nou de pasta is op, rijst bewaren
we tot op het laatst,
Hans heeft nog
bulgur en boekweit gevonden
in een
keukenkastje van Dewi, en nee naar
de houdbaarheidsdatum kijken we niet,
we aten zelfs het beschimmelde
laatste brood.
Het is feest vandaag.
Els heeft een rol beschuit
en
een zak chips bemachtigd.
Zeg Anton, kan er een slokje vanaf?
Nou ik heb nog een fles Campari,
ben niet dol
op die bloedsinaasappel
smaak,
maar bij beschuit met paté, yes.
Op het radiootje hadden ze gehoord
dat er
nucleaire raketten op het
Ruhrgebied en Keulen
werden
afgevuurd. Dan werd de put bij
Dingemans
het belangrijkste om
te verdedigen.
Dewi was terug
gekomen, Felix werd vermist
en
het regenwater zou radioactief worden.
Anton had nu echt zijn jenever
moeten aanbieden
aan de
jagers en bewapende mensen
die
Dingemans put verdedigden. Niet alles in één keer,
er moest
ook geruild met eten worden,
maar drinkwater
was het belangrijkst.
Dingemans
zorgde voor de rantsoenering
van
het water en de jenever.
Gelukkig had zich Emile Polderveld
de wijnhandelaar bij hen aangesloten.
Was wijn een goed ruilmiddel? Dat viel tegen,
het beste ruilmiddel
was sigaretten,
beter dan geld of
sieraden.
Nu de halve wereld een
inrichting werd,
wilde men weer roken.
Maar ze waren bijna op.
Hoe staat
het met de wiet?
Dat wordt oktober,
drogen, november.
Mirna had een bloemkool en wat
prei gescoord.
Radioactief?
Emile: vooruit in de pot ermee
en goot er
wat St. Emilion bij. Hij dronk al
ten tijde van Tsjernobyl, Bulgaarse
Cabernet Sauvignon.
De overheid was eindelijk in actie
gekomen
en het uitgaansverbod werd nu gehandhaafd.
Ze hadden het centrum wel onder
controle
maar rond de put van Dingemans
die niet ver
van de bossen was, boden
jagers, woonwagenbewoners,
Ambonezen,
Marokkanen en Turken weerstand.
Piet: ze hebben meer munitie dan wij,
kunnen we
niet één van hun magazijnen
beroven?
Mirna: en de zeep is op, het gaat
hier nogal stinken.
Wekelijkse wasbeurt?
Waar?
In het Rietven?
De woonwagenbewoners hadden
nog wel wat munitie
en er was zelfs
één die wapensmid in het leger
was geweest.
Maar de grootste
aanwinst was: de Turken,
er waren
weer sigaretten.
Hoe ze daar aan kwamen?
Van de islam geen last, ze waren
voornamelijk
ex-communisten. Dev Sol en KMAN.
Het centrum wil onderhandelen.
Wie gaan er?
Jan: Hans voor ons.
Hans: nee Jan.
De mannen hadden inmiddels
allemaal een baard,
niemand schoor
zich nog.
Wie is de eigenlijke baas achter
Dingemans?
Johnny: zijn beveiliger Edson.
Die moet ook mee.
Piet: als Dingemans de onderhandeling
niet afwijst
moet hij wel mee, en Edson
ook, maar ik denk dat
de baas van
Dingemans, mevrouw Dingemans is
en die gaat vast niet mee.
Vluchten? vroeg Demi.
Anton: dat had je moeten doen
voor het allemaal begon,
nu kun je overal getroffen
worden en je zult nergens
meer
gastvrij ontvangen worden.
Het was gegaan zoals Piet
voorspelt had.
Een soort
overeenkomst, die achteraf
op voorwaarde
van Dina Dingemans
dat het zo en zo uitgelegd werd,
was aanvaard. De garage van Jan
nam ook geen
vluchtelingen op en bij
de put werden
centrumvluchtelingen
terug gedwongen.
Was er muziek?
Ja, bij de put speelde de Putband
akoestisch
best wel goed maar
in de garage van Jan,
was het alleen
Anton die wat mondharmonica
speelde.
Genoeg Anton, hou op.
Hoeveel sigaretten is jenever, Anton?
Nul, ik ben door de jenever heen.
Dat wil zeggen, hij had nog één slof Camel
en vijf flessen jenever voor zich zelf.
Emile had nog wat whiskey en sigaren
en was zelfs aan bier kunnen komen.
Hoe eindig je zo'n verhaal?
Met de uitschakeling van wat
zo iedereen?
Alleen Anton zat tegen de put
nog wat mondharmonica te spelen.
Of een vreemde wending:
De overlevingsetentjes hadden
een dusdanige fantasie opgeroepen,
dat ze zich er bijna
naar waren
gaan gedragen.
De bombardementen hadden
het centrum vernietigd
en ook
de garage van Jan was getroffen.
Jan was daar de enige overlevende,
dat moet wel met de verteller.
Hoewel ernstig gewond, vond hij
nog Anton tegen de put
die zijn
laatste adem uitblies in de harmonica.
Dat andere zou geen einde zijn.
Moest je nog uitleggen hoe die
fantasie uit de hand gelopen was.
Mirna: nou het was begonnen
met
hoe Johnny naar de kat van
Dewi keek.
En zo voort, maar dat
is geen einde
maar het begin van een
nieuw verhaal.
Ja, en toen Hans, Edith begon
te bewerken,
heb je toen Johnny's
ogen gezien.
Mirna zag meer dan Jan.
En zo voort.